HENRIËTTE VAN ‘T HOOG | Foton (orange/bronze), 2012,

35x20x8cm, acrylverf op zink

Het Parool

30 mei 2017 dinsdag

De Stijl leeft voort in vele gedaanten

EDO DIJKSTERHUIS

 

De Stijl bestaat honderd jaar. Het Gemeentemuseum Den Haag en het Centraal Museum

Utrecht bieden overzichtstentoonstellingen, maar er zijn ook andere invalshoeken te bedenken.

Kunstenaars gaan aan de haal met modernistische oertaal

 

De Asmat in Papoea-Nieuw-Guinea hebben geen namen voor kleuren. Zij kennen alleen het begrip kó, de

mate waarin iets schittert, glanst of straalt. Ook de vierkante lappen die kunstenaar Roy Villevoye een paar

Asmatmannen laat ophouden hebben kó. Blauw, geel en rood – de primaire kleuren die horen bij Mondriaans

schilderijen en Rietvelds meubels. In het fotografische drieluik zijn het bijna wezensvreemde uitsparingen in

het groene geweld van het oerwoud. Maar op een vierde foto liggen de doeken op het strand, groezelig van

de modder. Die foto is gemaakt op 31 december 1999, de laatste dag van de eeuw van het modernisme.

Villevoyes omineuze foto is een scharnierpunt in de tentoonstelling De kleuren van De Stijl in Kunsthal KaDE

in Amersfoort. Voordat je de hoek omslaat en hem ziet, heb je uitgebreid kennis kunnen maken met het

gedachtegoed van de modernistische voormannen die in 1917 op het punt stonden wereldgeschiedenis te

schrijven.

Vooral hun ideeën over licht en hun kleurtheorieën komen aan bod. Die invalshoek is niet alleen interessant

omdat hij afwijkt van de geijkte retrospectieven, maar ook door het getoonde materiaal. Schitterende

schetsen, kleurenwaaiers en ander werk op papier dat zelden wordt getoond. En een reconstructie van een

door Rietveld ontworpen, maar nooit gerealiseerd vliegtuiginterieur. Het geheel is bovendien aangevuld met

een paar rake bruiklenen, zoals twee beeldschone Mondriaanschilderijtjes waarop te zien is dat behalve

primaire kleuren ook zwart, wit en grijs een hoofdrol speelden in zijn beeldtaal.

En dat is pas de helft. De kleuren van De Stijl gaat ook over de manier waarop er na de Tweede

Wereldoorlog is omgesprongen met de erfenis van de avant-gardisten. Als een achterneef van Mondriaan

schildert Steven Aalders kleurvlakken, streng en zuiver.

Robert Ryman kiest voor enkel zwart, om associaties te vermijden, zoals Alan Charlton zich beperkt tot

monochroom grijs. Barnett Newmans Who’s afraid of red, yellow and blue III (1967) wordt vervolgens

gepresenteerd als een bevrijding van de kleur. Het rood zindert dramatisch en zinnelijk, afgebiesd door

dunne, rafelige streepjes geel en blauw.

81 oranje dia’s

Staand voor die lel van Newman zie je vanuit je linkeroog de Mondriaans hangen. Grondlegger en

vadermoordenaar in één shot. Maar daar eindigt de tentoonstelling niet. Ook kunstenaars voor wie het

modernisme allang geen natuurwet meer is, komen aan bod. Zoals duo De Rijke en De Rooij, die in een film

81 dia’s met oranjetinten achter elkaar plakken. Zonder vorm of contrast gaat die secundaire kleur

‘zwemmen’, neigt hij naar grijs en dan weer naar groen. De duidelijkheid van heldere kleuren binnen rechte

lijnen maakt plaats voor onbestemdheid.

Toch staat die modernistische oertaal nog steeds fier overeind. In het licht van De Stijl bij het LUMC in

Leiden laat zien hoe diep de invloed nog steeds zit, ook als hedendaagse kunstenaars ermee aan de haal

gaan.

Jan Maarten Voskuil versnijdt zijn monochrome doeken tot geometrische patronen, maar laat ze sensueel

opbollen. Guido Winkler kwakt een wit vlak slordig op een blauwgrijze ondergrond. Het doek is bovendien

ook nog eens licht geknakt waardoor de schaduw het beeld telkens laat versplinteren. One of the endless

possibilities of seeing a particular rectangle a little different, heet het werk.

Urine

Hoe dwingend het manifest van De Stijl bij herlezing ook lijkt, het biedt kunstenaars honderd jaar na dato

nog steeds voldoende aanknopingspunten. Het naar computergraphics lonkende werk van Jasper van der

Graaf is stilistisch een wereld verwijderd. Maar Van der Graaf voelt zich verwant met het ‘enig en onverdeeld

bestaan van kunst en het dagelijks leven’ dat de leden van De Stijl predikten. Een ‘tatoeage op de muur’

noemt hij zijn wandschildering in PHK18. Deze Rotterdamse kunstruimte is tegelijkertijd architectenbureau

en bij een bezoek aan Abstract wall paintings III zigzag je tussen werkplekken door.

Abstract wall paintings III is een vijfdelig internationaal evenement, met nog een Nederlandse halte, in ACEC

te Apeldoorn. Daar zijn maar liefst veertien wandwerken te zien die hedendaags commentaar leveren op De

Stijl. Hier valt het werk van Willem Besselink op. Hij schilderde twee rechthoeken, elk gevuld met gekleurde

verticale staven. De bovenste strook symboliseert alle dranken die hij gedurende één week tot zich nam, de

onderste de concentratie van zijn urine.

De strakke esthetiek is zeker verwant met De Stijl, de boodschap is echter tegengesteld aan de utopische

ambities van weleer. Maar Besselink leeft dan ook in een andere, meer onzekere tijd. Alleen primaire

lichaamsfuncties zijn nu nog helder.

 

De kleuren van De Stijl: t/m 3 september in Kunsthal KaDE, Amersfoort. In het licht van De Stijl: t/m 3

september in LUMC, Leiden. Abstract wall paintings III: t/m 30 september in PHK18, Rotterdam,

t/m 25 juni in ACEC, Apeldoorn.

Hoe dwingend het manifest bij herlezing ook lijkt, het biedt kunstenaars 100 jaar na dato nog steeds

aanknopingspunten